Deflatine

Half verscholen onder een reclamefolder ligt een envelop op tafel. Het handgeschreven adres is gedeeltelijk leesbaar.
Sonja zet haar koffiemok ernaast en slaakt een zucht.
‘Helemaal geen zin, maar ik heb het haar beloofd.’
Mijn hand strijkt over de hare. ‘Het is je moeder, en één keer per maand met haar naar de kapper valt toch wel mee? Bovendien kun je mooi even de Appie inschieten, terwijl ze haar krulspelden erin zetten.’
Haar ogen rollen. ‘Je hebt gelijk, Theo. Eens zien wat er deze week in de bonus is.’
Ze bladert in de folder.
Mijn oog valt op de adressering die ik nu kan lezen: ‘Aan Tobias Bensdorp,’ met daaronder ons adres. Ik houd mijn adem in, sla mijn benen over elkaar en schuif heen en weer op mijn stoel.
Sonja kijkt me aan, haar wenkbrauwen gaan omhoog.
‘Is er iets?’
Ik kreun en lach schaapachtig. ‘Ik probeer een scheet binnen te houden.’
Ze schudt haar hoofd. ‘Viezerik!’
Dan pakt ze de envelop.
‘Ken jij ene Tobias Bensdorp?’
‘Geen idee.’
Ze legt hem neer en verdiept zich weer in de aanbiedingen, voor ze gaat.

Ik scheur de envelop open, de brief is kort en duidelijk:
‘Lieve T, het uur van de waarheid nadert, make up your mind. Volgende week zaterdag, half acht, dinertje met kaarslicht bij De Besteklade. Als je niet komt, weet ik dat je kiest voor Sonja. Kom je wel, dan is het voor altijd. XXX M.’
Met Machteld heb ik een paar keer heerlijk gevreeën. In het hotel waar we dat deden, schreef ik in onder de naam die we samen giechelend als pubers bedachten; Tobias Bensdorp.
Ik pak een euro, wip hem met mijn duimnagel omhoog, vang hem op en leg hem met een klap op de rug van mijn linkerhand. Munt.
Op internet zoek ik naar het telefoonnummer van de nieuwe bistro tegenover De Besteklade en reserveer een tafeltje voor volgende week zaterdag. ‘Als het kan om zeven uur, op de eerste etage bij het raam, lekker rustig. En zet u rode rozen op tafel? Het is dan Valentijnsdag.’

Sonja schopt haar schoenen uit en bergt de boodschappen op. Ze ploft naast me op de bank.
Ik omhels haar. ‘En … zit het haar van moeders weer in de krul?’
Ze glimlacht. ‘Ja, blij dat ik toch gegaan ben. Dank zij jouw aansporing.’
‘Ik heb een verrassing voor je. Volgende week eten we met zijn tweetjes bij die nieuwe bistro in de Langestraat.’
Een stevige kus op mijn mond. ‘Wat lief van je.’
Ze werpt een blik op de tafel. ‘Waar is die brief gebleven?’
‘Die heb ik op de brievenbus gedaan met Geadresseerde Onbekend. Ik moest toch naar de drogist voor Deflatine.’